|

Willibrord als aartsbisschop geflankeerd door twee
diakenen
In 690 kwam Willibrord, een Engelse monnik, aan land
waar tegenwoordig Katwijk ligt. Samen met een groep
collega’s wilde hij zich inzetten voor de
verspreiding van het christendom in het land van de
Friezen. De Germaanse bevolking genaamd de ‘Friezen’
bewoonden de kuststrook van de Zeeland tot bij
Dokkum. Hun gebied grensde aan de zuidkant aan het
territorium van de Frankische vorsten, die een eeuw
eerder het christelijke geloof hadden aangenomen.
Voorgangers van Willibrord hadden ervaren dat het
bekeren van de Friese heidenen, waartoe ook de
strandwalbewoners kunnen worden gerekend die woonden
waar nu Heiloo ligt, geen eenvoudige zaak was.
Daarom ging Willibrord eerst op zoek naar steun. Hij
bracht verschillende bezoeken aan de Frankische
koning en de paus in Rome. Paus Sergius I benoemde
hem in 695 tot aartsbisschop van de Friezen.
In 696 vestigde Willibrord zich in Utrecht. Daar
herbouwde hij het door de Friezen verwoeste kerkje.
Vanuit Utrecht trokken vervolgens missionarissen het
land van de Friezen in. Met succes, want aan het
einde van Willibrords’ leven – hij stierf in 739 –
was het nieuwe geloof in de kuststreek aan de
winnende hand. In de rest van het Friese gebied
stuitten zij op krachtig verzet.
|
Het staat niet vast of Willibrord naar
Heiloo is getogen, maar aangenomen wordt dat
wel. Ook staat niet vast wanneer dat was .
In 695 of in 720? . Het volgende verhaal is
te mooi om onwaar te zijn.
De volgelingen van Willibrord waren na hun
intocht in Heiloo dorstig. Toen heeft
Willibrord een paar keer met zijn
predikantenstaf op de bodem gestampt, en
plotseling kwam er water omhoog. Dat vond
plaats bij waar nu het Witte Kerkje staat.
Op de plek stond eerst een houten waterput.
Later er een nieuwe gebouwd. De huidige put
bij het Witte Kerkje is de laatste versie,
van 1950. |

De Willibrordusput
|